U bent hier

Spelen cortisol en HRV een rol bij stress en bij het ontstaan van een hartaanval?

Een hartaanval als gevolg van stress, daar kijkt tegenwoordig niemand meer van op. Voor artsen en wetenschappers echter, is die relatie minder duidelijk. Mensen die stress rapporteren blijken ook vaker te roken, minder te bewegen en erbarmelijke voedingsgewoontes op na te houden.

 
Uit het Interheart onderzoek, uitgevoerd in 52 landen, werd stress in relatie gebracht met de kans op een hartaanval (Rosengren A 2004). Een saillant detail is dat cholesterolgehaltes, in welke verhouding dan ook, geen relatie hadden  (Yusuf S 2004). Het onderzoek verklaarde naast een verhoogde bloeddruk, niet welke andere biomarkers een voorspellende rol hadden bij stress. In de Whitehall study II (Chandola T 2008) wordt verder gekeken.
 
 
Het Whitehall II onderzoek
In 1985 ging fase 1 van de Whitehall II studie van start met 10.308 deelnemers uit 20 gemeentelijke kantoren in London, waarvan 67 procent van het mannelijk geslacht waren. Er werd in 1989 (fase 2), 1991 (3), 1995 (4), 1997 (5), 2001(6) en in 2002(7) een meting gedaan naar verschillende factoren. Stress kwam uit zelfrapportage, waarbij de deelnemers stress rapporteerden wanneer de werkdruk hoog lag en de vrijheid in het werk (jobcontrol) laag was. Ook werd stress als zwaar ervaren wanneer de werkdruk hoog lag en de deelnemer sociaal geïsoleerd was. Hoe hoger de functie van de werknemer, hoe lager de stresservaring. In de zelfrapportage werden ook bekende leefstijlfactoren zoals roken, bewegen, groente- en fruitconsumptie geregistreerd.
 
 
Metingen
Naast zelfrapportage over stressbeleving werden ook de indicatoren van het metaboolsyndroom  volgens de ATP III norm vastgelegd, de  hartslagvariatie en stresshormoonniveaus. Vooral die laatste twee zijn interessant. Een verlaagde variatie in de hartslag is een minder bekende indicatie van vertraagd herstel (Hemingway H 2005, Vrijkotte TGM 2000), terwijl verhoogde cortisolniveaus (stresshormoon) aangeven dat het lichaam aan het afbreken is  (Kunz-Ebrecht SR 2004, Bjorntorp P 2000, Brunner EJ 2002). Beiden worden geassocieerd met chronische stress en zouden mogelijk een hartaanval kunnen voorspellen.
 
 
Resultaat
In fase 7 waren er nog 9.692 deelnemers levend (94%). Zowel fatale als non-fatale hartaanvallen werden geregistreerd en bevestigd in het ziekenhuis met ECG's, enzymanalyse, etc. Er was een duidelijke relatie tussen stressbeleving en de kans op een hartaanval. Hoewel zelfrapportage natuurlijk subjectief is, geldt dit voor stress in zijn algemeenheid. Dit is een prospectief onderzoek, waarin al gemeten werd voordat er incidenten optraden, waardoor de bewijskracht toeneemt. Hoe jonger de werknemer, hoe sterker de relatie was tussen stressbeleving en de kans op een incident. Na het vijftigste levensjaar neemt deze associatie sterk af. De stressrapportage gaf ook een relatie aan tussen stressbeleving, slechte leefgewoontes en vier van de vijf indicatoren van het metaboolsyndroom. Er werd een verband gevonden tussen de hartslagvariatie en stressbeleving en de kans op coronaire incidenten. De onderzoekers konden geen relatie vinden met cortisolniveaus.
 
Overwegingen
Het onderzoek toont een aantal interessante bevindingen. De eerste is dat stress gerelateerd is aan autonomie of aan een sociale binding. De correlatie tussen de stressbeleving en de kans op coronaire incidenten was behoorlijk sterk. Deze relatie is al vaker gelegd, maar dit is een grootschalige en langdurig prospectief onderzoek, waarmee de bewijskracht toeneemt. Interessant is ook dat cortisolniveaus wederom niet correleert met stressbeleving en coronaire incidenten. Veel van de theorieën rondom cortisol zijn ontleend aan waarnemingen bij Cushingpatiënten, die duidelijk niet representatief zijn voor de normale bevolking. De minder bekende hartslagvariatie bleek een veel betere relatie te hebben stress en coronaire incidenten. De onderzoekers menen dat de HRV een indicatie voor een verminderde elektrische geleiding van het hart.
 
Conclusie
Stress kan volgens de onderzoekers van de Whitehall II studie het risico op een hartaanval meer dan verdubbelen. Stress vloeit voort uit een hoge werkdruk in combinatie met sociaal isolement of weinig werkvrijheid. Opvallend wederom is dat de hogere functies, waarbij men een hogere werkdruk mag verwachten, minder stress ervaren. Stressvolle periodes lokken slechte leefgewoontes uit en zouden daarmee de risicoverhoging kunnen verklaren, waren het niet dat juist de hartslagvariatie een betere voorspeller is van een verhoogd risico. Het niveau van het stresshormoon bleek niet gerelateerd. Dat stress het risico op een hartaanval verhoogt is volgens de onderzoekers nu wel aangetoond.
 
 
Voetnoten Details
Opmerkingen Herpublicatie (2008) uit onze voormalige website
Belangen Geen conflicterende belangen
Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Bronnen
  • Bjorntorp P (2000), Rosmond R. The metabolic syndrome: neuroendocrine disorder? Br J Nutr 2000;83(Suppl. 1):SS57.
  • Brunner EJ (2002), Hemingway H, Walker BR, Page M, Clarke P, Juneja M, Shipley MJ, Kumari M, Andrew R, Seckl JR, Papadopoulos A, Checkley S, Rumley A, Lowe GDO, Stansfeld SA, Marmot MG. Adrenocortical, autonomic, and inflammatory causes of the metabolic syndrome: nested case control study. Circulation 2002;106: 2659:2665.
  • Chandola T (2008), Britton A, Brunner E, Hemingway H, Malik M, Kumari M, Badrick E, Kivimaki M, Marmot M. Work Stress and Coronary Heart Disease: What Are the Mechanisms? Eur Heart J.  2008;29(5):640-648
  • Hemingway H (2005), Shipley M, Brunner E, Britton A, Malik M, Marmot M. Does autonomic function link social position to coronary risk? The Whitehall II study. Circulation 2005;111: 3071â:3077.
  • Kunz-Ebrecht SR (2004), Kirschbaum C, Steptoe A. Work stress, socioeconomic status and neuroendocrine activation over the working day. Soc Sci Med 2004;58:1523–1530.
  • Rosengren A (2004), Hawken S, Ounpuu S, e.a.for the INTERHEART investigators. Association of psychosocial risk factors with risk of acute myocardial infarction in 11 119 cases and 13 648 controls from 52 countries (the INTERHEART study): case-control study. Lancet. 2004;364:953-962.
  • Vrijkotte TGM (2000), van Doornen LJP, de Geus EJC. Effects of work stress on ambulatory blood pressure, heart rate, and heart rate variability. Hypertension 2000;35:880:886.
  • Yusuf S (2004), Hawken S, Ounpuu S, on behalf of the INTERHEART Study Investigators. Effect of potentially modifiable risk factors associated with myocardial infarction in 52 countries (the INTERHEART study): case-control study. Lancet. 2004;364:937-952.

 

Site categorie: 
glqxz9283 sfy39587p10 mnesdcuix7